Vergevingsgezind

Meer nog dan op hun honden lijken mensen op hun organisaties. Of beter: organisaties lijken op mensen. Neem de bekendste weergave van organisaties, het organogram. Knijp je ogen een beetje dicht en je ziet de contouren van het menselijk lichaam. Bovenaan het hoofd waar naar verluidt het denkwerk plaatsvindt, daaronder de organen die ideeën moeten verwerken en ten slotte de handen en voeten die voor de uitvoering moeten zorgen.

Met de modellering van organisaties naar onze eigen fysieke verschijning geven we ook onze schoonheidsidealen bloot. We zijn dol op slank en fit. Als onze organisaties traag en vadsig aanvoelen schakelen we de hulp in van heuse bedrijvendoktoren die vitale onderdelen moeten redden. Verziekte bedrijfsonderdelen of een te hoge corporate BMI? Diep het mes erin. Toch niet van levensvatbaar? Laten versterven of afstoten. Managers moeten heel aardig kunnen meepraten op chirurgenfeestjes.

Van onze organisaties verwachten we niet alleen dat ze de mens in lijflijk opzicht overtreffen. Ze moeten zich ook nog eens bovenmenselijk gedragen. Laten we eerlijk zijn: de meeste mensen rommelen maar wat aan. Grote idealen spelen nauwelijks een rol in ons dagelijks leven, we laten prachtige talenten en grote kansen onbenut, zeggen A maar doen B, leren niet van onze ervaringen, enzovoorts. Nee, dan onze organisaties. Die moeten een doordachte visie op de wereld kunnen overleggen. Een heldere missie hebben. Opereren vanuit een strategie waarin consistentie, coherentie en congruentie heilig zijn. En dat alles op basis van waarden waar iedereen het mee eens moet zijn. Lijkt me eerlijk gezegd wat veelgevraagd. Oneerlijk ook, beetje onze eigen angsten en fantasieën projecteren op organisaties en dan verwachten dat die organisaties wel deugen.

Kunnen we niet wat liever zijn voor onze organisaties?

In het NRC van 25 april vertelt Peter van der Knaap, directeur van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) over maatregelen om het aantal verkeersdoden terug te brengen. Harde ingrepen in de infrastructuur horen daar natuurlijk bij, maar ook de “vergevingsgezindheid van wegen”. Van der Knaap: “Bijna altijd speelt bij ongevallen een menselijke fout een rol. Dus moeten we zorgen dat een fout niet meteen leidt tot een fataal ongeval, door vergevingsgezinde infrastructuur: bijvoorbeeld wegbermen vrijmaken van obstakels”.

Vergevingsgezinde wegen, pure poëzie. Als organisaties dan toch moeten compenseren voor het menselijk tekort, dan moeten we misschien maar werken aan ‘vergevingsgezinde organisaties’.

Maar hoe zou zo’n organisatie eruit zien? En hoe deze te realiseren?